De avonturen van Alice

Alice's Adventures in Wonderland

   IX

   CHAPTER IX.

   Het verhaal van de soepschildpad

   The Mock Turtle's Story

   JE weet niet hoe blij ik ben je hier te zien, lieve kind,’ zei de Hertogin en zij stak haar arm hartelijk in die van Alice. Zij wandelden samen verder.

   'You can't think how glad I am to see you again, you dear old thing!' said the Duchess, as she tucked her arm affectionately into Alice's, and they walked off together.

   Alice was heel blij dat de Hertogin in zo'n goed humeur was en zij dacht bij zichzelf dat het misschien alleen de peper was, die haar zo boos gemaakt had, toen zij haar in de keuken ontmoette.

   Alice was very glad to find her in such a pleasant temper, and thought to herself that perhaps it was only the pepper that had made her so savage when they met in the kitchen.

   ‘Als ik Hertogin word,’ zei ze bij zichzelf (maar niet erg hoopvol) ‘zou ik helemaal geen peper in mijn keuken willen hebben. Het is nergens voor nodig dat er peper in de soep gaat en misschien maakt peper mensen juist zo opvliegend’ dacht zij verder, erg blij dat ze dit had ontdekt, ‘en azijn maakt ze zuur en kamille maakt ze bitter - en - en zuurtjes en zo maakt de kinderen zoet. Ik wou dat de mensen dat eens gingen inzien, dan zouden zij er niet zo zuinig mee zijn.’

   'When I'M a Duchess,' she said to herself, (not in a very hopeful tone though), 'I won't have any pepper in my kitchen AT ALL. Soup does very well without—Maybe it's always pepper that makes people hot-tempered,' she went on, very much pleased at having found out a new kind of rule, 'and vinegar that makes them sour—and camomile that makes them bitter—and—and barley-sugar and such things that make children sweet-tempered. I only wish people knew that: then they wouldn't be so stingy about it, you know—'

   Zij had de Hertogin helemaal vergeten en schrok een beetje toen zij haar stem vlak bij haar oor hoorde: ‘Je denkt ergens aan liefje, en daardoor vergeet je te praten. Ik weet niet precies wat de moraal daarvan is, maar ik zal er zo wel opkomen.’

   She had quite forgotten the Duchess by this time, and was a little startled when she heard her voice close to her ear. 'You're thinking about something, my dear, and that makes you forget to talk. I can't tell you just now what the moral of that is, but I shall remember it in a bit.'

   ‘Misschien heeft het geen moraal,’ waagde Alice op te merken.

   'Perhaps it hasn't one,' Alice ventured to remark.

   ‘Tut, tut, kind,’ zei de Hertogin, ‘alles heeft een moraal, je moet hem alleen maar vinden.’ En zij drukte zich nog wat dichter tegen Alice aan, terwijl zij dit zei.

   'Tut, tut, child!' said the Duchess. 'Everything's got a moral, if only you can find it.' And she squeezed herself up closer to Alice's side as she spoke.

   Alice vond het niets prettig dat ze zo erg dicht bij haar kwam. Ten eerste was de Hertogin erg lelijk, ten tweede was ze precies zo groot, dat ze haar kin op de schouder van Alice kon zetten en was het een onaangenaam scherpe kin. Maar zij wilde niet onbeleefd zijn en daarom verdroeg zij het zo goed als ze kon.

   Alice did not much like keeping so close to her: first, because the Duchess was VERY ugly; and secondly, because she was exactly the right height to rest her chin upon Alice's shoulder, and it was an uncomfortably sharp chin. However, she did not like to be rude, so she bore it as well as she could.

   ‘Het spel schijnt nu wel wat vlotter te gaan’ zei ze om het gesprek een beetje op gang te houden.

   'The game's going on rather better now,' she said, by way of keeping up the conversation a little.

   ‘Dat is waar,’ zei de Hertogin, ‘en de moraal daarvan is: 't Is liefde enkel wat de wereld rond doet draaien.’

   ''Tis so,' said the Duchess: 'and the moral of that is—"Oh, 'tis love, 'tis love, that makes the world go round!"'

   ‘Ik heb iemand horen zeggen,’ fluisterde Alice, ‘dat die goed draait, wanneer ieder zich met zijn eigen zaken bemoeit.’

   'Somebody said,' Alice whispered, 'that it's done by everybody minding their own business!'

   ‘Zeker, dat is hetzelfde,’ zei de Hertogin en boorde haar scherpe kin in de schouder van Alice, ‘en de moraal daarvan is: Pas op de zin, dan zullen de woorden wel op zich zelf passen!’

   'Ah, well! It means much the same thing,' said the Duchess, digging her sharp little chin into Alice's shoulder as she added, 'and the moral of THAT is—"Take care of the sense, and the sounds will take care of themselves."'

   ‘Zij vindt het blijkbaar erg prettig om de moraal van alles te zoeken!’ dacht Alice.

   'How fond she is of finding morals in things!' Alice thought to herself.

   ‘Je verbaast je er waarschijnlijk over dat ik mijn arm niet om je middel sla,’ zei de Hertogin na een poosje, ‘maar ik vertrouw het karakter van je flamingo niet helemaal. Zal ik het eens wagen?’

   'I dare say you're wondering why I don't put my arm round your waist,' the Duchess said after a pause: 'the reason is, that I'm doubtful about the temper of your flamingo. Shall I try the experiment?'

   ‘Hij kan best bijten,’ zei Alice voorzichtig, die niet veel voelde voor het experiment.

   'HE might bite,' Alice cautiously replied, not feeling at all anxious to have the experiment tried.

   ‘Heel juist,’ zei de Hertogin, ‘flamingo's en mosterd bijten allebei. En de moraal daarvan is: Vogels van dezelfde pluimage vliegen samen.’

   'Very true,' said the Duchess: 'flamingoes and mustard both bite. And the moral of that is—"Birds of a feather flock together."'

   ‘Maar mosterd is geen vogel,’ merkte Alice op.

   'Only mustard isn't a bird,' Alice remarked.

   ‘Precies,’ zei de Hertogin, ‘wat kan jij de dingen duidelijk uitleggen.’

   'Right, as usual,' said the Duchess: 'what a clear way you have of putting things!'

   ‘'t Is een mineraal, geloof ik,’ zei Alice.

   'It's a mineral, I THINK,' said Alice.

   ‘Natuurlijk,’ zei de Hertogin, die blijkbaar instemde met alles wat Alice zei, ‘er is hier een grote mosterdmijn in de buurt. En de moraal daarvan is: Hoe meer het mijn, hoe minder het dijn.’

   'Of course it is,' said the Duchess, who seemed ready to agree to everything that Alice said; 'there's a large mustard-mine near here. And the moral of that is—"The more there is of mine, the less there is of yours."'

   ‘O, nu weet ik het,’ riep Alice, die op deze laatste opmerking niet had gelet, ‘het is een groente. Het ziet er wel niet zo uit, maar het is er toch een.’

   'Oh, I know!' exclaimed Alice, who had not attended to this last remark, 'it's a vegetable. It doesn't look like one, but it is.'

   ‘Ik ben het volkomen met je eens,’ zei de Hertogin, ‘en de moraal daarvan is: Wees zoals je wilt lijken of als je het wat eenvoudiger wilt: Verbeeld je nooit anders te zijn dan wat anderen denken dat je was of zou zijn niet anders was wat ze anders denken dat je was.’

   'I quite agree with you,' said the Duchess; 'and the moral of that is—"Be what you would seem to be"—or if you'd like it put more simply—"Never imagine yourself not to be otherwise than what it might appear to others that what you were or might have been was not otherwise than what you had been would have appeared to them to be otherwise."'

   ‘Ik geloof dat ik dat beter zou begrijpen,’ zei Alice, ‘als ik het eens voor me zag, maar ik kan het eigenlijk niet goed volgen zoals u het nu zegt.’

   'I think I should understand that better,' Alice said very politely, 'if I had it written down: but I can't quite follow it as you say it.'

   ‘Dat is nog niets bij wat ik zou kunnen zeggen als ik wilde,’ antwoordde de Hertogin gestreeld.

   'That's nothing to what I could say if I chose,' the Duchess replied, in a pleased tone.

   ‘Maar doet u heus geen moeite om het nog wat langer te zeggen,’ zei Alice.

   'Pray don't trouble yourself to say it any longer than that,' said Alice.

   ‘Maar helemaal geen moeite,’ zei de Hertogin, ‘ik geef je alles wat ik gezegd heb cadeau.’

   'Oh, don't talk about trouble!' said the Duchess. 'I make you a present of everything I've said as yet.'

   ‘Een goedkoop soort cadeau!’ dacht Alice, ‘ik ben blij dat ze niet zulke verjaarscadeautjes geven!’ Maar zij dorst dit niet hardop te zeggen.

   'A cheap sort of present!' thought Alice. 'I'm glad they don't give birthday presents like that!' But she did not venture to say it out loud.

   ‘Weer aan het denken?’ vroeg de Hertogin en boorde haar kin weer wat vaster in de schouder van Alice.

   'Thinking again?' the Duchess asked, with another dig of her sharp little chin.

   ‘Ik heb toch het recht om te denken,’ zei Alice, want zij begon zich nu wat te ergeren.

   'I've a right to think,' said Alice sharply, for she was beginning to feel a little worried.

   ‘Evenveel recht,’ zei de Hertogin, ‘als biggen hebben om te vliegen en de mo -’

   'Just about as much right,' said the Duchess, 'as pigs have to fly; and the m—'

   Maar nu zweeg de stem van de Hertogin plotseling tot Alice's grote verrassing precies in het midden van haar geliefde woord ‘moraal’ en de arm die in de hare was gestoken begon te beven. Alice keek op en daar stond de Koningin, vlak tegen over hen, met gevouwen armen en een blik als een donderwolk.

   But here, to Alice's great surprise, the Duchess's voice died away, even in the middle of her favourite word 'moral,' and the arm that was linked into hers began to tremble. Alice looked up, and there stood the Queen in front of them, with her arms folded, frowning like a thunderstorm.

   ‘Mooi weer vandaag, Majesteit,’ begon de Hertogin bevend.

   'A fine day, your Majesty!' the Duchess began in a low, weak voice.

   ‘Ik waarschuw je nog één keer,’ riep de Koningin en zij stampte daarbij op de grond, ‘of jij of je hoofd moet verdwijnen en wel in minder dan de helft van geen tijd. Doe wat je wilt!’

   'Now, I give you fair warning,' shouted the Queen, stamping on the ground as she spoke; 'either you or your head must be off, and that in about half no time! Take your choice!'

   De Hertogin deed wat zij wou en in een ogenblik was ze uit het gezicht.

   The Duchess took her choice, and was gone in a moment.

   ‘Kom, laten we weer gaan spelen,’ zei de Koningin tot Alice en Alice was veel te bang om een woord uit te brengen, maar liep langzaam achter haar aan naar het croquetveld.

   'Let's go on with the game,' the Queen said to Alice; and Alice was too much frightened to say a word, but slowly followed her back to the croquet-ground.

   De andere gasten hadden gebruik gemaakt van de afwezigheid van de Koningin en lagen in de schaduw wat te rusten. Maar toen zij haar aan zagen komen, holden ze allen terug naar het spel. De Koningin zei enkel dat één ogenblik uitstel hun het leven zou kosten.

   The other guests had taken advantage of the Queen's absence, and were resting in the shade: however, the moment they saw her, they hurried back to the game, the Queen merely remarking that a moment's delay would cost them their lives.

   Terwijl zij aan het spelen waren, hield de Koningin niet op om ruzie te maken met andere spelers en te roepen ‘Zijn hoofd eraf!’ of ‘Haar hoofd eraf!’ De veroordeelden werden bewaakt door de soldaten, die dan niet meer voor poortje konden dienen, zodat er na een half uur niet één poortje meer over was en alle spelers behalve de Koning, de Koningin en Alice gevangen waren genomen en ter dood veroordeeld.

   All the time they were playing the Queen never left off quarrelling with the other players, and shouting 'Off with his head!' or 'Off with her head!' Those whom she sentenced were taken into custody by the soldiers, who of course had to leave off being arches to do this, so that by the end of half an hour or so there were no arches left, and all the players, except the King, the Queen, and Alice, were in custody and under sentence of execution.

   Toen hield de Koningin volkomen buiten adem op en zei tegen Alice: ‘Heb jij de Soepschildpad al gezien?’

   Then the Queen left off, quite out of breath, and said to Alice, 'Have you seen the Mock Turtle yet?'

   ‘Nee,’ zei Alice, ‘ik weet helemaal niet wat een Soepschildpad is.’

   'No,' said Alice. 'I don't even know what a Mock Turtle is.'

   ‘Dat is het beest waarvan schildpadsoep gemaakt wordt,’ zei de Koningin.

   'It's the thing Mock Turtle Soup is made from,' said the Queen.

   ‘Ik heb er nog nooit van gehoord,’ zei Alice.

   'I never saw one, or heard of one,' said Alice.

   ‘Kom dan mee,’ zei de Koningin, ‘hij zal je zijn geschiedenis vertellen.’

   'Come on, then,' said the Queen, 'and he shall tell you his history,'

   Toen ze samen wegwandelden hoorde zij de Koning tegen het hele gezelschap zeggen: ‘Ik verleen jullie allemaal gratie.’ ‘Dat is nu eens goed,’ zei ze bij zichzelf, want ze vond het verschrikkelijk dat de Koningin zoveel doodvonnissen had uitgesproken.

   As they walked off together, Alice heard the King say in a low voice, to the company generally, 'You are all pardoned.' 'Come, THAT'S a good thing!' she said to herself, for she had felt quite unhappy at the number of executions the Queen had ordered.

   Ze kwamen al heel gauw bij een Griffioen, die in de zon vast lag te slapen. (Als je niet weet wat een griffioen is, kijk je maar op het plaatje). ‘Sta op luilak,’ zei de Koningin, ‘en breng deze jonge dame naar de Soepschildpad om zijn geschiedenis te horen. Ik moet terug naar mijn doodvonnissen,’ en zij liep weg en liet Alice alleen met de Griffioen. Het uiterlijk van dit beest beviel Alice niet erg, maar ze vond dat het tenslotte even veilig was om hier te blijven als om die boze Koningin achterna te gaan en daarom bleef ze.

   They very soon came upon a Gryphon, lying fast asleep in the sun. (IF you don't know what a Gryphon is, look at the picture.) 'Up, lazy thing!' said the Queen, 'and take this young lady to see the Mock Turtle, and to hear his history. I must go back and see after some executions I have ordered'; and she walked off, leaving Alice alone with the Gryphon. Alice did not quite like the look of the creature, but on the whole she thought it would be quite as safe to stay with it as to go after that savage Queen: so she waited.

   De Griffioen was gaan zitten en wreef in zijn ogen. Toen keek hij of de Koningin niet meer te zien was en toen grinnikte hij. ‘Wat een mop,’ zei hij half in zichzelf, half tegen Alice.

   The Gryphon sat up and rubbed its eyes: then it watched the Queen till she was out of sight: then it chuckled. 'What fun!' said the Gryphon, half to itself, half to Alice.

   ‘Wat is een mop?’ zei Alice.

   'What IS the fun?' said Alice.

   ‘Ach’, zei de Griffioen, ‘dat denk ze allemaal maar, er wordt nooit niemand tereggesteld. Kom mee!’

   'Why, SHE,' said the Gryphon. 'It's all her fancy, that: they never executes nobody, you know. Come on!'

   ‘Iedereen zegt hier Kom mee,’ dacht Alice toen zij langzaam achter hem aan liep, ‘ik ben nog nooit zoveel gecommandeerd in mijn leven, nog nooit!’

   'Everybody says "come on!" here,' thought Alice, as she went slowly after it: 'I never was so ordered about in all my life, never!'

   Het was geen lange wandeling voor zij de Soepschildpad zagen. Deze zat droevig en eenzaam op een klein rotsblok en toen zij dichter bij hem kwamen, hoorde Alice hem zuchten of zijn hart zou breken. Zij had diep medelijden met hem. ‘Wat scheelt hem?’ vroeg zij aan de Griffioen en de Griffioen antwoordde bijna met dezelfde woorden als daarnet: ‘Dat denktie maar, hem scheelt helemaal niks, weet je. Kom mee!’

   They had not gone far before they saw the Mock Turtle in the distance, sitting sad and lonely on a little ledge of rock, and, as they came nearer, Alice could hear him sighing as if his heart would break. She pitied him deeply. 'What is his sorrow?' she asked the Gryphon, and the Gryphon answered, very nearly in the same words as before, 'It's all his fancy, that: he hasn't got no sorrow, you know. Come on!'

   Dus gingen ze naar de Soepschildpad, die hen met grote ogen vol tranen aankeek, maar niets zei.

   So they went up to the Mock Turtle, who looked at them with large eyes full of tears, but said nothing.

   ‘Deze jonge dame,’ zei de Griffioen, ‘wil je geschiedenis horen.’

   'This here young lady,' said the Gryphon, 'she wants for to know your history, she do.'

   ‘Ik zal hem vertellen,’ zei de Soepschildpad met een diepe holle stem, ‘gaan jullie allebei zitten en zeg geen woord tot ik klaar ben.’

   'I'll tell it her,' said the Mock Turtle in a deep, hollow tone: 'sit down, both of you, and don't speak a word till I've finished.'

   Zij gingen zitten en niemand zei meer iets. Alice dacht: ‘Ik begrijp niet hoe hij ooit klaar kan komen als hij helemaal niet begint.’ Maar zij wachtte geduldig.

   So they sat down, and nobody spoke for some minutes. Alice thought to herself, 'I don't see how he can EVEN finish, if he doesn't begin.' But she waited patiently.

   ‘Eens,’ zei de Soepschildpad tenslotte met een diepe zucht, ‘was ik een echte schildpad.’

   'Once,' said the Mock Turtle at last, with a deep sigh, 'I was a real Turtle.'

   Op deze woorden volgde een heel lange stilte, die alleen onderbroken werd door een enkel luid ‘Hatsjie’ van de Griffioen en het voortdurende gesnik van de Soepschildpad. Alice was bijna van plan om op te staan en te zeggen: ‘Dank u wel voor uw interessant verhaal, mijnheer,’ maar zij dacht dat er toch nog beslist iets moest komen en daarom bleef ze zitten en zei niets.

   These words were followed by a very long silence, broken only by an occasional exclamation of 'Hjckrrh!' from the Gryphon, and the constant heavy sobbing of the Mock Turtle. Alice was very nearly getting up and saying, 'Thank you, sir, for your interesting story,' but she could not help thinking there MUST be more to come, so she sat still and said nothing.

   ‘Toen wij klein waren,’ ging de Soepschildpad eindelijk verder (hij was nu iets rustiger, al snikte hij nog zo nu en dan) ‘gingen we in zee op school. De meester was een oude Schildpad - wij noemden hem Roodschild.’

   'When we were little,' the Mock Turtle went on at last, more calmly, though still sobbing a little now and then, 'we went to school in the sea. The master was an old Turtle—we used to call him Tortoise—'

   ‘Waaromnoemde u hem Roodschild!’ vroeg Alice, ‘was hij zo rijk?’

   'Why did you call him Tortoise, if he wasn't one?' Alice asked.

   ‘Omdat hij socialist was natuurlijk,’ zei de Soepschildpad boos, ‘jij bent ook niet erg snugger!’

   'We called him Tortoise because he taught us,' said the Mock Turtle angrily: 'really you are very dull!'

   ‘Je moest je schamen om zulke domme dingen te vragen!’ voegde de Griffioen er aan toe en toen zaten ze allebei een tijdje naar de arme Alice te staren, die niet wist waarheen zij kijken moest. Tenslotte zei de Griffioen tegen de Soepschildpad: ‘Ga verder kerel en schiet nou een beetje op!’ En deze ging verder:

   'You ought to be ashamed of yourself for asking such a simple question,' added the Gryphon; and then they both sat silent and looked at poor Alice, who felt ready to sink into the earth. At last the Gryphon said to the Mock Turtle, 'Drive on, old fellow! Don't be all day about it!' and he went on in these words:

   ‘We gingen dus in zee op school of je het gelooft of niet -’

   'Yes, we went to school in the sea, though you mayn't believe it—'

   ‘Ik heb helemaal niet gezegd dat ik het niet geloofde!’ zei Alice.

   'I never said I didn't!' interrupted Alice.

   ‘Dat heb je wel,’ snauwde de Soepschildpad.

   'You did,' said the Mock Turtle.

   ‘Hou je mond!’ voegde de Griffioen er aan toe voor Alice weer iets kon zeggen. De Soepschildpad ging verder:

   'Hold your tongue!' added the Gryphon, before Alice could speak again. The Mock Turtle went on.

   ‘Het was een heel goede opvoeding, we gingen iedere dag naar school.’

   'We had the best of educations—in fact, we went to school every day—'

   ‘Dat doe ik ook,’ zei Alice, ‘daar hoeft u heus niet zo trots op te zijn.’

   'I'VE been to a day-school, too,' said Alice; 'you needn't be so proud as all that.'

   ‘Met facultatieve vakken?’ vroeg de Soepschildpad een beetje bezorgd.

   'With extras?' asked the Mock Turtle a little anxiously.

   ‘Ja,’ zei Alice, ‘Frans en muziek.’

   'Yes,' said Alice, 'we learned French and music.'

   ‘En wassen?’ zei de Soepschildpad.

   'And washing?' said the Mock Turtle.

   ‘Natuurlijk niet!’ zei Alice verontwaardigd.

   'Certainly not!' said Alice indignantly.

   ‘O, dan is het geen goede school,’ zei de Soepschildpad opgelucht, ‘nee, wij hadden nog extra Frans, muziek en wassen.’

   'Ah! then yours wasn't a really good school,' said the Mock Turtle in a tone of great relief. 'Now at OURS they had at the end of the bill, "French, music, AND WASHING—extra."'

   ‘Dat was toch nergens voor nodig,’ zei Alice, ‘als U op de bodem van de zee woonde.’

   'You couldn't have wanted it much,' said Alice; 'living at the bottom of the sea.'

   ‘Ik had er jammer genoeg geen gelegenheid voor,’ zei de Soepschildpad zuchtend, ‘ik volgde alleen de gewone cursus.’

   'I couldn't afford to learn it.' said the Mock Turtle with a sigh. 'I only took the regular course.'

   ‘Wat was dat?’ vroeg Alice.

   'What was that?' inquired Alice.

   ‘Pezen en drijven om te beginnen natuurlijk,’ antwoordde de Soepschildpad, ‘en dan verschillende onderdelen van het rekenen: opzwellen, aftrappen, vermenigschuldigen en stelen.’

   'Reeling and Writhing, of course, to begin with,' the Mock Turtle replied; 'and then the different branches of Arithmetic—Ambition, Distraction, Uglification, and Derision.'

   ‘Wat is vermenigschuldigen?’ dorst Alice te zeggen, ‘daar heb ik nog nooit van gehoord.’

   'I never heard of "Uglification,"' Alice ventured to say. 'What is it?'

   De Griffioen stak zijn poten in de lucht van verbazing. ‘Nog nooit gehoord van vermenigschuldigen,’ riep hij uit, ‘je weet wat menig is en je weet wat schuldig is, denk ik’

   The Gryphon lifted up both its paws in surprise. 'What! Never heard of uglifying!' it exclaimed. 'You know what to beautify is, I suppose?'

   ‘Ja,’ zei Alice weifelend, ‘menig is veel en schuldig ben je als je iets gedaan hebt dat niet mag.’

   'Yes,' said Alice doubtfully: 'it means—to—make—anything—prettier.'

   ‘Nou,’ ging de Griffioen verder, ‘als je dan nog niet weet wat vermenigschuldigen is, dan ben je wel heel dom.’

   'Well, then,' the Gryphon went on, 'if you don't know what to uglify is, you ARE a simpleton.'

   Alice dorst niet meer te vragen en zij keerde zich naar de Soepschildpad en zei: ‘Wat leerde u daar verder?’

   Alice did not feel encouraged to ask any more questions about it, so she turned to the Mock Turtle, and said 'What else had you to learn?'

   ‘Wel, zeeografie,’ zei de Soepschildpad en telde de vakken af op zijn vinnen, ‘zeeografie en vaderhandse verbiedenis.’

   'Well, there was Mystery,' the Mock Turtle replied, counting off the subjects on his flappers, '—Mystery, ancient and modern, with Seaography: then Drawling—the Drawling-master was an old conger-eel, that used to come once a week: HE taught us Drawling, Stretching, and Fainting in Coils.'

   ‘Wat was dat dan?’ zei Alice.

   'What was THAT like?' said Alice.

   ‘Ik zal het je maar niet voordoen,’ zei de Soepschildpad, ‘want het doet pijn. En de Griffioen heeft het nooit geleerd.’

   'Well, I can't show it you myself,' the Mock Turtle said: 'I'm too stiff. And the Gryphon never learnt it.'

   ‘Ik had geen tijd,’ zei de Griffioen, ‘ik had een leraar in oude talen, die maakte de hele klas ziek, het was een oude krab.’

   'Hadn't time,' said the Gryphon: 'I went to the Classics master, though. He was an old crab, HE was.'

   ‘Ik ben één keer bij hem geweest,’ zuchtte de Soepschildpad, ‘toen kreeg ik Lachpijn en Griep.’

   'I never went to him,' the Mock Turtle said with a sigh: 'he taught Laughing and Grief, they used to say.'

   ‘Zo was het, zo was het,’ zuchtte de Griffioen op zijn beurt en beide dieren verborgen hun gezichten in hun poten.

   'So he did, so he did,' said the Gryphon, sighing in his turn; and both creatures hid their faces in their paws.

   ‘En hoeveel uren per dag had u school?’ zei Alice, die gauw over iets anders wou beginnen.

   'And how many hours a day did you do lessons?' said Alice, in a hurry to change the subject.

   ‘De eerste dag tien uur,’ zei de Soepschildpad, ‘de tweede negen uur en zo verder.’

   'Ten hours the first day,' said the Mock Turtle: 'nine the next, and so on.'

   ‘Wat raar!’ riep Alice.

   'What a curious plan!' exclaimed Alice.

   ‘Helemaal niet raar,’ zei de Griffioen, ‘we gingen er heen om onderwijs te genieten en daar geniet je iedere dag minder van.’

   'That's the reason they're called lessons,' the Gryphon remarked: 'because they lessen from day to day.'

   Dit was een heel nieuw gezichtspunt voor Alice en zij dacht er een beetje over na voor zij verder ging: ‘Had u de elfde dag dan vrij?’

   This was quite a new idea to Alice, and she thought it over a little before she made her next remark. 'Then the eleventh day must have been a holiday?'

   ‘Natuurlijk,’ zei de Soepschildpad.

   'Of course it was,' said the Mock Turtle.

   ‘En wat deed u dan de twaalfde?’ vroeg Alice vlug.

   'And how did you manage on the twelfth?' Alice went on eagerly.

   ‘We hebben nu lang genoeg over lessen gepraat,’ onderbrak de Griffioen op besliste toon, ‘vertel haar eens iets over de spelletjes.’

   'That's enough about lessons,' the Gryphon interrupted in a very decided tone: 'tell her something about the games now.'

Text from www.dbnl.org
Text from wikisource.org
Audio from LibreVox.org